Handleiding voor onderhoud van reinigingsinstallaties en vergrendelings- en markeerprocedures
1. Toepassingsgebied van deze instructie: routineonderhoud, regulier onderhoud, revisie, noodreparaties en noodhulp bij de installatie van een kolenwasserij.
2. Onderhoud van de apparatuur moet worden uitgevoerd.Vergrendelings- en markeersysteem(Gebruik geen telefonisch contact). Wanneer onderhoudspersoneel de machine betreedt, moet er speciaal personeel worden aangewezen om de buitenkant te bewaken en moet de noodstroomvoorziening worden vergrendeld. Het personeel dat de machine betreedt, moet de sleutel meenemen.
3. Het personeel dat verantwoordelijk is voor de installatie en het onderhoud van de apparatuur dient zich strikt te houden aan de veiligheidsvoorschriften voor elk type werk; De werkplaats dient de persoon aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de apparatuur en de elektricien die de stroomtoevoer onderbreekt; De persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud vult het contactformulier voor stroomuitval in, en de elektricien die verantwoordelijk is voor de werkzaamheden tijdens stroomuitval verzamelt de bijbehorende formulieren. Een eerste of tweede werkbon is ook vereist voor het onderhoud en de inspectie van de stroomvoorziening en -distributie in de verdeelruimte en op de verdeelpunten, de schakelhandelingen en het omschakelen van het circuit.
4. Vergrendelings- en markeerprocedure:
4.1 De persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud, moet naar de verdeelruimte gaan om het stroomuitvalformulier op te halen en in te vullen, en de contactlijst voor stroomonderbrekingen in te vullen.
4.2 Vóór het onderhoud dient de onderhoudsmedewerker het eerste stroomuitvalbordje bij de noodstopknop op de locatie te bevestigen, het tweede stroomuitvalbordje naar de werkplaats van de dispatching te sturen (ondertekend door de dienstdoende dispatcher) en het derde stroomuitvalbordje en het "Contactformulier Stroomonderbreking en Transmissie", ondertekend door alle eenheden, naar de elektricien voor stroomonderbreking en transmissie te sturen. Indien andere eenheden betrokken zijn, is een vierde stroomuitvalbordje vereist, ondertekend door de dienstdoende functionaris.
4.3 Stroomuitvalprocedure: De elektricien die verantwoordelijk is voor de stroomuitvalprocedure bewaart de contactlijst voor stroomuitval in de verdeelruimte en op het verdeelpunt voor archivering en registratie. De elektricien die verantwoordelijk is voor de stroomuitvalprocedure hangt het derde stroomuitvalbordje (ondertekend door de persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud, de dienstdoende centralist, de elektricien die verantwoordelijk is voor de stroomuitvalprocedure en de dienstdoende directeur van andere eenheden) aan de hendel van de stroomuitvalschakelaar. Vervolgens schakelt hij de stroom uit en trekt hij de lade eruit.
4.4 Stroomvoorziening: De onderhoudsmedewerker verzamelt de eerste en tweede stroomuitvalkaart en stuurt deze naar de elektricien in de verdeelruimte die verantwoordelijk is voor de stroomuitval. Deze vult vervolgens het stroomvoorzieningsrapport in. Daarna wordt de derde stroomuitvalkaart opgehaald en de stroomvoorziening hervat.
4.5 Stroomuitvalbediening, dunne constructie, opslag van drie stroomuitvalplaten.
4.6 Remkrachtoverdracht is voltooid.

Geplaatst op: 10 december 2022
